ArtikelenBlog

Uit Berts boekenkast – Lichaamsbewustzijn in therapie

Het is mijn riskante gewoonte om artikelen uit tijdschriften te scheuren met het voornemen dit binnenkort te gaan lezen. Vaak belandt zo’n artikel op de groeiende stapel “te lezen”’ literatuur. Zo verging het ook met het artikel ‘Het lichaamsbewustzijn van de therapeut’ van Louis Sommeling.

Dit artikel verscheen in 2004 in het tijdschrift “Cliëntgerichte Psychotherapie”. De auteur beschrijft hoe het lichaamsbewustzijn van de therapeut kan helpen om de ontmoeting met de cliënt meer diepgang te geven Hij stelt dat meer aandacht voor wat de cliënt aan lichamelijke reacties bij de therapeut oproept de signalen van overdracht en tegenoverdracht duidelijker maken.

Het is geen toeval dat juist in de cliëntgerichte psychotherapie (men spreekt tegenwoordig over experientiële psychotherapie) veel aandacht is voor lichaamsgericht ervaren. Gendlin heeft met zijn methodiek van focussen juist de aandacht gericht op de lichaamsbeleving in de behandeling.

Interactie tussen ouder en kind zonder woorden

De auteur ziet overeenkomsten in de interactie tussen ouder en kind in de pre verbale fase van de ontwikkeling en communicatie tussen therapeut en cliënt. Hij verwijst naar onderzoek van Stern (1985) die twee fasen onderscheidt in de pre verbale communicatie tussen ouder en kind. 

In de eerste fase stemt de ouder volledig af op het gedrag van het kind. Het gedrag wordt dan als het ware vooral gespiegeld.

In de tweede fase, zo rond 9 maanden, voegt de ouder een nieuwe dimensie toe aan de reactie. De reactie is niet meer louter spiegelend. De ouder voegt aan de reactie naast herkenning ook een gevoel van meeleven toe. Er vindt een gevoelsafstemming plaats. Om dit als ouder te kunnen doen moet de ouder zich ook fysiek bewust zijn wat het kind aan gevoel oproept.

Zonder woorden in de therapie

Een soortgelijke afstemming kan plaatsvinden tussen de cliënt en de therapeut tijdens de behandeling. Ook daarvoor is bij de therapeut lichaamsbewustzijn nodig. Louis Sommeling noemt daarbij bewust zijn van eigen ademhaling, hartritme, lichaamstemperatuur, zithouding, spanning, zwaarte. Een associatie met de polyvagaal theorie van Stefan Porges is daarbij snel gemaakt.  

Meer aandacht voor eigen lichaamsbeleving kan leiden tot een verhoogd therapeutisch bewust zijn. Dit maakt de waarneming van therapeut gevoeliger voor wat er in de interactie met de cliënt gebeurt. Het stelt de therapeut in staat om, net als de ouder, meer empathie aan zijn interventie toe te voegen. 

Symbooldrama en beleving

In de voorbeelden van de auteur zit veel inspiratie voor het proces in het dagdromen. Door bij het dagdromen meer open te staan voor wat de droom van de cliënt fysiek met de therapeut doet ontstaat er ruimte voor empathie en nieuwsgierigheid. Observeren wordt dan beleven. Dat wil niet zeggen dat de therapeut met de emotie van de cliënt vervloeit maar wel in empathie dichterbij komt.

Een dergelijke houding vraagt oefening. In zijn artikel beschrijft hij een aantal van dergelijke oefeningen.

Wanneer je door deze informatie getriggerd wordt om meer te willen weten dan vind je het besproken artikel via deze link: https://www.tpep.nl/zoeken/artikel/429/