BlogUit de praktijk

Vijf vragen aan … Bettina Klein

Onze vaste rubriek: een symbooldramatherapeut beantwoordt vijf vragen en geeft dan het stokje door aan iemand anders. Nicole Muller heeft vorige maand het stokje doorgegeven aan Bettina Klein. Bettina vertelt over haar reis door Symbooldramaland. In een boeiend relaas verhaalt ze over hoe haar ervaringen met creatieve therapie, Symbooldrama en Sensorimotor Psychotherapie als een drieklank zijn en hoe ze vanuit deze drie kaders werkt. Creatieve therapie maakt de innerlijke wereld zichtbaar, van Symbooldrama heeft ze geleerd dat bewustwording ontstaat van binnenuit.Terwijl de Sensorimotor Psychotherapie de lichamelijkheid van het impliciete vertegenwoordigt.  

Wie is Bettina Klein?

“Ik ben geboren in 1961 in Duitsland. Sinds 1994 woon ik in Nederland. Mijn basisberoep is beeldend therapeut. Daarin heb ik 2010 een master behaald. Sinds 2003 ben ik Symbooldramatherapeut, opgeleid door Margret D’Arcais en Piet van Roest. Verdiepend heb ik 2018-19 ‘Groepstherapie met Symbooldrama’ gevolgd aan het Saarländisches Instituut voor Tiefenpsychologisch fundierte Psychotherapie (SITP). Tussendoor heb ik in 2010 het jaar ‘trauma and the body’ Sensorimotor-psychotherapie gevolgd. Voor mij zijn deze methodes als een drieklank en werk ik met interventies vanuit alle drie kaders.

Mijn werkervaring heb ik in verschillende settingen opgedaan: Op de PAAZ in Winterswijk, in het oncologisch Centrum Schalkhaar, in mijn eigen kleine praktijk aan huis, als hbo-docent voor beeldende therapie in het begeleiden van studenten op uiteenlopende werkplekken. Sinds 2018 werk ik in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie en geniet ervan deel uit te mogen maken van een team waarin veel collega’s symbooldramatherapeuten zijn.”

1. Hoe ben je met Symbooldrama in aanraking gekomen?

“In de Evangelische Akademie Hofgeismar heb ik 1993 Hannelore Eibach ontmoet op een seminar over “Labyrinthen”. Hannelore Eibach was psychiater en oncoloog, collega van Leuner en medeoprichter van de AGK (Arbeitsgemeinschaft für Katathymes Bilderleben). Ze had een grote affiniteit met de kunsten en heeft zich ervoor ingezet dat ook paramedische hulpverleners kennis mochten nemen van Symbooldrama. Het instituut voor Imaginatie (IFI) werd door haar onder het dak van de AGKB opgericht. Hulpverleners als oncologische verpleegkundigen, stervensbegeleiders, pastorale werkers, kunsttherapeuten en anderen kunnen daar nog steeds opgeleid worden in “toegepast Symbooldrama”. 

Hannelore Eibach attendeerde mij in die tijd op Symbooldrama en ik wist gelijk dat “dit voor mij” was. Zij organiseerde in Göttingen zelf-ervaringsweekeinden voor therapeuten. Daar heb ik vele jaren aan deelgenomen. De verbindende kracht van Symbooldrama, de intensieve processen, het rijke gevoel door deze methode ‘een betere versie van zichzelf’ te kunnen worden heeft gemaakt dat ik me op het congres in 1998 in Utrecht heb ingeschreven voor de opleiding Symbooldrama.”

2. Bij welke problematiek zet jij vooral Symbooldrama in?

“In het werk met oncologische patiënten, vooral in de nazorg-groepen, heb ik Symbooldrama ingezet om vitale resources te bevorderen en niet zelden oud, nooit gezegd leed te verwerken. In het werk met studenten was Symbooldrama helpend in supervisies, maar daar moest ik soms zoeken naar de grens tussen supervisie en therapie. De laatste jaren gebruik ik Symbooldrama in combinatie met beeldende therapie bij kinderen of jongvolwassenen met angst- of stemmingsklachten en trauma-gerelateerde problematiek. Vaak en graag werk ik met Symbooldrama (liefst aanvullend) bij hechtingbevorderende therapieën of met jongvolwassenen bij een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Om een gezin of moeder met kind samen te laten dagdromen levert bijna altijd meer begrip voor elkaar op. Ook Symbooldrama als groepstherapie is iets waar ik heel enthousiast over ben. Ik denk dat het in het werk bijna altijd om verbinding gaat. Verbinding met jezelf, met stukken die verloren zijn gegaan of afgesplitst zijn geraakt, met anderen, met de wereld zoals ze is.

Wat ik begrepen heb door de opleiding creatieve therapie is dat de innerlijke wereld zichtbaar wordt gemaakt
Bij het kijken naar het ontstaan van een werkstuk of naar het werk zelf kijk je automatisch ook naar daaraan gelijktijdige en parallel verlopende intrapsychische processen. Zelfs nog voordat daar woorden voor zijn. Werkstukken zijn vertalers van drijfveren, interne verwachtingen, opgeslagen ervaringen en overtuigingen over zichzelf, de ander en de wereld. Ze externaliseren (verplaatsen van binnen naar buiten) en maken de innerlijke wereld zichtbaar. Bewegingen, de ordening die de maker aanbrengt, de manier van contactname met het materiaal (wat wordt gekozen, hoe gehanteerd? wat vermeden?) trekken hun spoor, stollen in een vorm, symboliseren zich als het ware. Dat is de overlap met Symbooldrama. Het onzegbare wordt soms een beetje verder toegankelijk en communiceerbaar; daardoor vaak iets draaglijker. Dit bevordert het contact met het eigene (of ook met de afweer ervan) en er groeit hierdoor niet zelden meer empathie met zichzelf, vervolgens met de ander.

Beeldend werken staat vaak gelijk aan in de ervaring te zijn. Nieuwe zienswijzen, een ruimere zelfbeleving vormen zich vanuit nieuwe ervaringen. De maker verandert door de directe ervaring in het materiaal – soms ook zijn impliciete verwachtingen en gedachten over zichzelf – dat zich wederom uitdrukt in een ander contact met het materiaal. ‘Now-moments’ zou je kunnen zeggen. Als het goed is vormen woorden zich pas achteraf, vanuit een gevoeld ná-denken. Ze helpen dan bij het integreren van het tot-dan-niet-bewuste. Het beeld voelt voor mij daarom vaak als ‘de derde’ in de therapeutische relatie, een co-therapeut als het ware.

Wat ik geleerd heb door de opleiding Symbooldrama – bewustwording ontstaat van binnenuit

Als beeldend therapeut had ik een soort vertrouwen verworven in impliciete processen, maar pas door in aanraking te komen met het psychoanalytisch gedachtengoed kon ik begrijpen en verwoorden wat de kunsttherapie in wezen in huis heeft. Ik kreeg door Piet van Roest als docent en later als collega-docent een fascinatie voor de rijkdom van goede denkers en theorieën, iets als ontzag en dankbaarheid voor de integratie van kunst en kunde. Mede door zijn invloed kwam mijn onbewust weten in een secundair proces terecht; dat stopt hopelijk nooit.

Ook heb ik door Symbooldrama het belang van de therapeutische relatie door en door ervaren en begrepen. Ik heb door die opleiding de kans gekregen een therapeut te worden die zich realiseert dat hij ‘de ander’ is in het contact met de cliënt. Ik heb vooral van Margret d’Arcais geleerd wat afgestemde, ‘zwevende aandacht’ inhoudt zonder dit vroegtijdig in de taal te tillen. Wat nabij-blijven bij voldoende afstand aan ruimte geeft voor wie zich wil ontwikkelen. Zij kan dit in bijzondere mate. Ook Truus Bakker is een voorbeeld voor mij. Mijn beeld van haar is een soort geboortehelper. Haar vertrouwen dat bewustwording van binnenuit ontstaat, mits het zich in de dagdromen vanzelf ontvouwende onbewuste meegevoeld en zonder oordeel ontvangen wordt, is een soort anker in mijn werk als therapeut. Aan haar te denken helpt mij om me niet te veel in te mengen in wat ‘tijd voor waarheid’ nodig heeft. 

Wat ik begrepen heb door de Sensorimotor Psychotherapie – de lichamelijkheid van het impliciete

Deze methode investeert hetzelfde vertrouwen in zelf-helings-processen vanuit het lichaam als Symbooldrama doet in de gezonde bronkrachten van de ‘ziel’. Werkend met trauma wordt ervan uitgegaan dat geactiveerde overlevingsresponsen niet afgemaakt konden worden in een te eenzame, machteloze, levensbedreigende situatie. Ze zitten letterlijk nog steeds in het lijf. Bij het mindful en doorvoeld afmaken (niet uitageren!) van deze overlevingsimpulsen vloeien vaak ook de bevroren emoties mee af. Dit mee te maken is heel bijzonder. 

Het kon bijna niet anders dan dat ik ook de Sensorimotor-psychotherapie nog nodig had om ondeerbouwd de lichamelijkheid van het impliciete te vinden. Wat vanzelf uit het affectlandschap opkomt (Katathymes Bilderleben) heeft zijn wortels in opgeslagen lichaamservaringen. Direct daar valt ermee te werken. Zo ben ik in het begeleiden van dagdromen alerter geworden op zintuiglijke impulsen die zich zouden willen afwikkelen en symbolisaties van body-states in de imaginaties zelf. Ik ben meer gaan letten op de lichamelijke spanning in de cliënt, kijk naar schouders, oogbewegingen, vingers, voetbewegingen tijdens de dagdroom of in de nabespreking.

Ik denk bijvoorbeeld aan een cliënte die veel dissocieerde en zelfs bij het stromende motief van ‘de beek’ zichzelf verstijfd drijvend in het water zag, als een boomstam die zich niet kon verroeren maar door de stroming meegenomen werd (in de freeze). Ik heb door Sensorimotor psychotherapie geleerd ook in de dagdroom de allerkleinste bewegingen uit te vragen, vertrouwend op een evolutionaire oerwijsheid van het lichaam. De cliënte kon zich niet bewegen, drijvend in het water, maar na vertragen en inzoomen op haar lichaamsgevoel wilde haar wijsvinger zich wel een heel klein beetje bewegen. Deze beweging dan volgen is het katathyme werken. Later, veel later kon ze, de beweging van de wijsvinger volgend, hand en arm bewegen en uiteindelijk naar de kant zwemmen. Nog weer later kon ze ook haar vriend bellen als ze in crisis kwam. (anti- “te alleen” = anti trauma). 

Het kon voor mijn zoektocht bijna niet anders dan dat ik ook de Sensorimotor-psychotherapie-approach nodig had om de lichamelijkheid van het affect onderbouwd te horen. Wat vanzelf uit het affectlandschap opkomt (katathymes Bilderleben) heeft “vanzelf zwijgend” zijn wortels in opgeslagen lichaamservaringen. Vanuit het lichamelijke (o.a. langs vitaliteitscontouren die Daniël Stern beschrijft) worden relationele ervaringen opgeslagen, die gevoelens vormen en gedachten en het gedrag in het hier & nu beïnvloeden.

Mijn therapeut-zijn stoelt dus op wat ik zelf heb kunnen ervaren: in creatieve processen, in dagdromen en in lichaamswerk en dan pas wat ik aan theorie daarover heb begrepen. Als therapeut voel ik me daardoor eerder “geworden” dan “geleerd”. Het gevoel niet-genoeg-te weten geeft me vaak onzekerheid, maar ik verdraag het steeds beter. Het is immers ook deze onzekerheid, hoe ongemakkelijk dan ook, die waakt over een open mind voor de ander en mezelf.

Dat ik een tijdje docent mocht zijn in Symbooldrama was rijk en vervullend. Therapeuten vanuit de ervaring te mogen opleiden tot therapeuten die kunnen verdragen wat nog niet zichtbaar is, die kunnen blijven bij wat zich wil ontwikkelen, die bereid zijn ‘de belangrijke ander’ te zijn die elke cliënt nodig heeft om zichzelf te worden en begrijpen. Ik ben er dankbaar voor dat wat ik kreeg ik ook mocht doorgeven.”

3. Wat is een dagdroomervaring die je nog steeds bijblijft? 

“Zoveel! Ik zou eindeloos kunnen vertellen…. 

Het moment dat ik in een dagdroom wandelend in de bergen niet meer verder kon omdat er een te groot ravijn tussen rots en ijs van een gletsjer het verder klimmen onmogelijk maakte. Ik stond daar, (in de freeze), aarzelend of ik zou springen terwijl ik voelde dat het te gevaarlijk was. Verscheurd tussen de wil om naar boven te klimmen en mijn angst om te vallen (mijn conflict tussen ik-ideaal en realiteitsbesef) kon ik toch ook niet loslaten. Ik stond daar en had geen open blik meer. Het katathyme beeld bleef gefixeerd. 

Mijn empathische therapeut (Margret) bleef lang naast mijn starre beleving, meevoelend hoe het is om in deze stagnatie te zijn. Ze liet het conflict zich ontvouwen en vroeg dan na lange tijd “wat er zo al nog meer was? Rechts of links misschien?” Op deze manier eye-movement op gang brengend. Dit maakte dat ik een beetje rondkeek en uit de fixatie kwam.  Ik kon ineens een klein paadje zien. Naast de gletsjer …. de berg op! Ik ging lopen (was weer in beweging!) en wonder boven wonder zag ik in de verte een kleine bergpas! Hij overbrugde het ravijn met gemak. Ik weet nog hoe wonderlijk dit aanvoelde, alsof ik een nieuwe vrijheid cadeau had gekregen. Ik voel nu nog hoe mijn lichaam weer energie en plezier en zin in die berg kreeg. Misschien – dat zou ik nu kunnen denken – was het deze brug waarover ik toch Symbooldrama-docente ben geworden zonder de vereiste vooropleiding.”

4. Waarom zou iedereen Symbooldrama in zijn behandelpakket moeten hebben?

“Ik denk niet dat iedereen Symbooldrama in zijn behandelpakket zou moeten hebben. Mensen zijn verschillend en ook verschillend goed in verschillende dingen. Symbooldrama vraagt om symbolische sensitiviteit, het kunnen verdragen van onduidelijkheid en loslaten van controle. Daar voelt niet iedereen zich senang bij. Ook kan Symbooldrama niet alles. Het is geen wondermiddel. Soms moet gedrag gereguleerd worden en is een op affect-gerichte ingang niet passend bij de problematiek. Het zou wel mooi zijn als Symbooldrama beter bekend zou zijn als een heel verrijkende eigen methode. Ik zou wensen dat Symbooldrama zou worden begrepen in zijn indirect, onthullende, doorwerkende kracht op het palet van de verschillende methodes.”

5. Wat is je hartenwens met betrekking tot Symbooldrama?

“Dat Symbooldrama trouw kan blijven aan zichzelf. Dat het zijn psychoanalytische wortels niet vergeet. Dat het niet in de verleiding komt, omwille van bekendheid en te proactief denken, de stille kracht in te leveren die het heeft – juist over de onzegbare dingen. Dat Symbooldrama het hebben van tijd en ruimte en het relationele belang niet loslaat. Dat het de verbinding houdt met zichzelf in deze tijden en van daaruit met anderen in dialoog gaat; met kwalitatief onderzoek (ja), met N=1 studies (ja), met onderbouwing (ja), maar vooral met de eigen wijsheid die de ervaring koestert, wetend dat daar de sleutel ligt voor onze therapie en de omgang met elkaar.”

Aan wie geef je het stokje door?

“Ik zou de volgende keer graag het woord geven aan Corinne Verheule. Ze is in mijn beleving de draagster van Truus Bakker van Zeil’s erfenis. In theorie en in haar therapeutschap. Ze is onlangs docente geworden voor Symbooldrama; op hetzelfde moment waarin ik afscheid nam van mijn docentschap. Ik had graag nog even met haar samengewerkt omdat ik haar ken als sensitief en responsief, geduldig en vol enthousiasme over Symbooldrama. Misschien wil zij schrijven wat op de fakkel staat die zij nu gaat dragen? 

Ik ben er heel benieuwd naar.”