ArtikelenBlogUit de praktijk

Vijf vragen aan….Fern Kuiper

Wie is Fern Kuiper?

Ik ben symbooldramatherapeute en heb veel therapie met kinderen gedaan in de spelkamer. Sinds 2014 ben ik met pensioen en sinds corona ben ik niet meer actief in dit werk.

Mijn hart heeft altijd bij kinderen en jongeren  gelegen en daarin ben ik me steeds verder gaan specialiseren. Vanuit het werken met ouders en kinderen in problematische gezinnen ben ik eerst bij het MOB (medisch opvoedkundig bureau), daarna op de jeugdafdeling bij de Riagg en uiteindelijk bij de GGZ-Delfland terecht gekomen.

In de jaren ’80 en ’90 ben ik vooral bezig geweest met de opzet van methodiek in de hulpverlening voor kinderen en jongeren met incest en seksueel misbruikervaringen. Over dit thema heb ik landelijk veel teams getraind en workshops gegeven. Vervolgens is mijn focus verschoven naar kinderen met trauma’s en hechtingsproblemen. Met name via spel in de spelkamer werkte ik met kinderen tot ongeveer 12 jaar. Tot corona ben ik nog actief geweest met enkele behandelingen van kinderen en het geven van supervisie in symbooldrama bij mij thuis. Dat heb ik met heel veel plezier gedaan.

1.           Hoe ben je met symbooldrama in aanraking gekomen?

In de periode dat ik werkte met kinderen met trauma’s ten gevolge van seksueel misbruik zocht ik naar meerdere mogelijkheden om met hen in contact te komen zonder te praten over wat er nog niet gezegd kon worden.

Er werd een workshop symbooldrama gegeven door Margaret d’ Arcais en Truus Bakker en daar ben ik toen naar toe gegaan. De dagdroom die we deden trof mij zo dat ik meteen enthousiast was over deze therapiemethode en vervolgens de opleiding ben gaan doen. Deze opleiding bracht voor mij alles samen wat ik daarvoor geleerd had en het trof mij vooral hoe je door symbooldrama niet-genoemde problematiek helder kon krijgen en daarmee tot verwerking kon komen. In mijn werk in de spelkamer met jonge kinderen kon ik al snel heel goed uit de voeten met de combinatie van symbooldrama, tekenen en spel. Na een dagdroom bleek dat de kinderen de dagdroom verder uitspeelden in de zandbak, het poppenhuis, met verf en klei enz. Heel mooi vind ik dat pre-verbale problematiek geuit wordt in beelden en daarna vaak  benoembaar wordt. In 1996 heb ik het therapeuten-colloquium symbooldrama gedaan en daar enorm veel plezier van gehad.

2.           Bij welke problematiek zet jij vooral symbooldrama in?

Het mooie van symbooldrama vind ik dat je in een spelobservatie met een paar dagdromen in combinatie met bepaald spel al heel snel een goed diagnostisch beeld kan krijgen. Het geeft veel informatie en daarmee richting of er nog aanvullende diagnostiek nodig is of  dat er meteen ingezet kan worden op een therapie.

Ik heb gewerkt met symbooldrama met kinderen met forse trauma’s en adoptie en hechtingsproblematiek; meestal in combinatie met spel in de spelkamer. Ook met jongeren heb ik veel met symbooldrama gewerkt. Dit altijd in samenwerking met een therapeut voor de ouders. Het heeft me wel eens versteld doen staan wat er allemaal naar voren komt bij de dagdromen. Kinderen met ernstige ziekenhuiservaringen, met  oorlogservaringen, met geweld, met verlies van dierbaren. Zij kregen  beelden terug op symbolisch niveau die er waren maar diep verborgen zaten en door de dagdroom en tekening  naar voren kwamen en benoembaar werden. Boosheid en verdriet dat eindelijk geuit kon worden en verwerkt. En daarmee worden de kinderen weer kind, komt er weer leven in hun ogen, komt er weer levenslust. Kinderen kunnen weer verder groeien en volop  bloeien. Zo ontzettend mooi om dat te zien en dat mee te mogen maken als therapeut.

3.           Wat is een dagdroomervaring die je nog steeds bijblijft?

Moeilijk te kiezen tussen meerdere indrukwekkende dagdromen, ik beschrijf er hieronder dan ook twee. Eén dagdroom die veel indruk op mij heeft gemaakt als therapeut en één dagdroomervaring van mij zelf.

Twee riviertjes

Ik denk terug aan een meisje dat 8 jaar was toen ze werd aangemeld. Ze was volledig vastgelopen. Van een vrolijk, sociaal kind dat gewoon kon leren op school was ze lusteloos, down geworden, geen contacten meer en ze leerde niet meer op school. In deze 8 jaar van haar leven was ze 20 keer opgenomen in een ziekenhuis met ernstige, soms levensbedreigende zware astma-aanvallen.  De astma was niet meer zo ernstig toen ze aangemeld werd. In de spelkamer had ze  geen zin om te spelen. Ze was als een ‘dood vogeltje’. Met haar ben ik dagdromen gaan doen De dagdroom die me geraakt heeft was de dagdroom riviertje. Ze zag twee riviertjes die aan elkaar vast zaten aan één kant. Eén riviertje was volop stromend water, mooi en helderblauw. De zon scheen erop en daar zwom een grote eend. Dat riviertje voelde goed en de eend zwom daar lekker rond.  Het andere riviertje stond bijna droog en had nauwelijks water. De bodem was modderig en donker en er was geen zon, maar grote donkere wolken. En daar was een heel klein eendje dat probeerde te zwemmen maar dat ging niet, want er was geen water. Het eendje zakte bijna weg in de modder. Het kleine eendje voelde zich erg alleen en verlaten. Mijn cliëntje werd heel verdrietig en er kwamen tranen. Het kleine eendje wilde bij de grote eend zijn maar moest alleen verder in het droge donkere riviertje. Het eendje had het heel benauwd. In de dagdroom heb ik veel aandacht gegeven aan haar gevoelens van verlatenheid en verdriet en benauwdheid en samen goed gekeken hoe alles er uitzag en voelde. Wat kon het kleine eendje helpen? Ze kon tot rust komen met het kijken naar de grote eend in het andere riviertje.

Haar tekening was opzienbarend. Ze tekende twee riviertjes en daar tussenin was de verbinding een hart dat vastzat aan een monitor en met draden verbinding maakte met de riviertjes. (Die  zagen eruit als twee longen.) Bij het nabespreken en bekijken van de tekening kon ze aangeven dat ze zich in het ziekenhuis in de steek gelaten had gevoeld door moeder en dat ze zo alleen was toen. Ze  vertelde zelf over de monitor en de plakkers en draden. Ze kon huilen omdat het zo naar was geweest en ze mama miste, hoewel die wel steeds bij haar was in het ziekenhuis. Met moeder erbij  hebben we  samen de tekening en de dagdroom besproken en kon het meisje haar gevoel verwoorden van in de steek gelaten zijn. Moeder reageerde zeer liefdevol en nam haar in de armen.

Na nog een aantal dagdromen en spel in de spelkamer nam ze opeens vriendinnetjes mee die ze verteld had over de spelkamer. Heel even mochten ze samen plezier maken in de spelkamer. Op school  hield ze een spreekbeurt over haar ziekenhuiservaringen en pakte ze de draad weer op met leren en meedoen. Ze werd weer een een vrolijk meisje dat niet meer bang en verdrietig was.

Berg

Een dagdroom die voor mij zelf veel betekend heeft was de dagdroom berg die we tijdens de opleiding deden.

Met mijn toenmalige partner heb ik veel grote reizen gemaakt door Azië. In China waren we in het prachtige berggebied bij Yanghzou om vijf uur in de ochtend opgestaan en met de fiets naar een bepaalde berg gereden. Bij het verlaten van het dorpje, kwamen we langs een familie die rondom een kist zat waar een overleden familielid in lag. Ze rouwden en zongen de hele nacht rondom de kist buiten. Bij de berg klommen we omhoog en zagen daar de meest prachtige zonsopgang die we ooit gezien hadden. Een bijzondere en indrukwekkende ervaring.

Bij de dagdroom berg stond ik onderaan deze berg in China en moest omhoog, wat erg moeizaam was en de zaklamp deed het nauwelijks. Het voelde onheilspellend aan, maar uiteindelijk lukte het toch de top te bereiken en daar te gaan zitten. Ik voelde me enorm verdrietig. Toen brak de zon door de wolken heen en daar kwam ons overleden pleegkindje tevoorschijn dat op 6 jarige leeftijd overleed. (Ze was vanaf haar tweede jaar bij ons). Ze zweefde er min of meer en kwam even dichterbij met haar lieve vrolijke lach en ze zwaaide. Het leek of ze liet merken dat het goed was zo en dat ze afscheid nam. (Ze was overleden in het ziekenhuis aan Cystic FibrosIs en haar Turkse familie liet haar onmiddellijk naar Turkije overbrengen zonder dat we nog een keer afscheid konden nemen.)

Ik was erg verdrietig. Bij de nabespreking in de opleidingsgroep weet ik nog goed dat Margaret zei dat dagdromen heel soms heel bijzondere metafysische ervaringen en beelden kunnen oproepen. Met onze andere twee pleegkinderen heb ik thuis i.p.v. een tekening een soort plakwerk gemaakt met een foto van de bergen. De kinderen hebben een heel klein kistje gemaakt van ijsstokjes waar ze bloemetjes op geplakt hebben, dat hebben ze op de berg geplakt. Het was goed dat zo samen te doen. Deze dagdroom heeft mij enorm geholpen om het overlijden van ons pleegkind te accepteren en te verwerken.

4.           Zou je collega’s aanraden zich hierin te scholen, en waarom wel/niet?

Het doet me enorm plezier dat ik verschillende collega’s enthousiast heb weten te maken de opleiding symbooldrama te volgen. Ik vind symbooldrama zo’n rijke integrerende en prachtige therapeutische methode dat eigenlijk iedere ggz-instelling deze therapie in huis zou moeten hebben. Voor kinderen is het een heel prettige, zachte manier om trauma’s te verwerken en om hechting weer op gang te krijgen. De combinatie met de spelkamer werkt verdiepend.

5.           Wat is je hartewens mbt symbooldrama? 

Symbooldrama zou een volledig en volwaardig erkende therapie moeten worden, opgenomen in elke instelling. Het zou fijn zijn als instellingen meer moeite doen om werknemers de gelegenheid te geven deze opleiding te doen en daar ook meer propaganda voor te maken.

Er is nog te weinig bekend binnen instellingen hoe waardevol deze therapeutische methode is en hoe effectief de resultaten zijn. Dus meer onderzoek naar de resultaten van symbooldrama en publicatie daarvan zou ook kunnen helpen. Het valt me op dat er al jaren geregeld binnen de hulpverlening een nieuwe hype is over een bepaald thema (bijvoorbeeld seksueel misbruik, adhd, autisme, hechting). Daar gaat dan alle aandacht naar toe wat betreft methodiek, therapie en  betaalde opleidingen (denk bijvoorbeeld aan theraplay, emdr of systeemtherapie). Het gevolg is dat deze methodieken worden opgenomen in het aanbod van een instelling. Laten we ervoor zorgen dat symbooldrama een hype wordt en ook een vaste plaats krijgt binnen instellingen. Ik zou de volgende keer graag Karen Heloma van der Lugt het woord geven. Zij is een oud-collega van mij en werkt binnen de jeugdafdeling van GGZ Delfland. Indertijd heeft zij ook enthousiast de opleiding symbooldrama gedaan en hebben wij in het werk dagdromen en tekeningen besproken en bekeken. Onlangs heeft zij de opleiding systeemtherapie afgemaakt. Je kunt symbooldrama met kinderen niet doen zonder ook het gezin, het steunsysteem, de volle aandacht te geven. Ik ben benieuwd hoe zij beide manieren van werken integreert en aandacht geeft.

4 gedachten over “Vijf vragen aan….Fern Kuiper

  1. Dankjewel voor je mooie verhaal Fern. Goed verwoord! Roept ook herinneringen op aan onze opleiding. En natuurlijk ook aan alle ervaringen met dagdromen in het werk en in supervisie.

  2. Wat een aanstekelijk verhaal Fern. Ook ik heb goede herinneringen aan onze opleidingsgroep. Als genoeg hulpverleners over jouw ervaringen zouden lezen kan Symbooldrama zomaar een hype worden.

  3. Prachtige beschrijvingen hoe symbooldrama zowel kinderen als volwassenen diep kan raken. Iedere therapeut zou een keer moeten ervaren hoe een dagdroom je raakt. Dank je Fern

Reacties zijn gesloten.